Weerspreuken

Oude volkswijsheden - weerspreuken

In de tijd dat men nog niet beschikte over moderne middelen als tv, radio, internet, enz. moest de mens, en met name de boer, het hebben van oude volkswijsheden die ze verpakten in prachtige en makkelijk te onthouden weerspreuken. Ook nu, jaren na de intrede van computers, blijkt nog steeds dat deze spreuken verrassend veel waarheid bevatten.

 

Januari - Louwmaand

Hartje winter en korte dagen met dito lange nachten. Het kan bitterkoud zijn, maar ook boterzacht. Op het land ligt het werk stil, maar binnen in de boerderij wordt het vee verzorgt en het gereedschap gerepareerd. De wind giert door tochtige woningen. Koude voelt nog kouder aan en soms is het huis niet warm te krijgen. Reikhalzend kijkt men uit naar het lengen van de dagen en het komende voorjaar. Krijgen we nog meer vorst, of kunnen we op tijd het land op om te zaaien. Tegenslag in het weer kan de komende oogst doen mislukken en dat betekent honger. De weerspreuken van januari halen een tipje van de sluier op. Op een milde Januari volgt vaak een gure lente en een hete zomer.

  • Vriest het op de elfde nacht, zes weken vorst wordt er verwacht.
  • Zonneschijn op nieuwjaarsdag betekent dat je veel appelen verwachten mag.
  • In de louwmaand mist, dan de lentemaand 't frist.
  • Als in januari de vorst niet komen wil, dan komt die zeker in maart en april.
  • Is januari van sneeuwvlagen arm, dan volgt vaak een zomer schoon en warm.
  • Geeft januari een sneeuwtapijt dan zijn we de winter nog zeker niet kwijt.
  • Januari zonder regen is de boerenstand een zegen.
  • Als de kat in januari in de zon ligt, ligt ze in februari achter de kachel.
  • Als de dagen lengen, begint de winter te strengen.
  • Draagt januari een sneeuwwit kleed, wordt de zomer zeer heet.
  • Januari zonder regen, is voor de boerenstand een zegen.
  • Als in januari de muggen zwermen, dan kun je in maart de oren wermen.
  • Als het in januari mistig is, dan wordt de lente fris.
  • Gelijk januari, zo ook juli.
  • Heeft januari koude en droge dagen, dan zal in februari de sneeuw u plagen.
  • Nevels in januari opgestaan, brengt een natte lente aan.
  • Als het vriest op Driekoningendag (6-1), dan vriest het dertien weken lang.
  • Geeft St. Hilarius (13-1) zonneschijn, weldra zal het kouder zijn.
  • Als het vriest met St. Antonius (17-1), dan dooit het op St. Sebastiaan (20-1).
  • Als het vriest op St. Sebastiaan (20-1), dan is het op 2 februari met de vorst gedaan.
  • Is het op St. Paulus (25-1) schoon en klaar, dan brengt het een gezegend korenjaar.
  • Is er op St. Paulus (25-1) sneeuw of regen, dan komt een mager jaar ons tegen.
  • Als de schaatsliefhebbers op St. Sulpitus (29-1) op de schaats staan, zal het weer in het voorjaar van slag zijn.

 

Februari - Sprokkelmaand

De dagen gaan nu duidelijk lengen, het feest van Maria Lichtmis kondigt dat al aan. Natuurlijk kan het ook in februari nog stervens koud zijn, maar de echte koude loopt nu toch een beetje op de laatste benen. De zon krijgt meer kracht. En veel weerspreuken begroeten dan ook het licht onze moederster en brenger van wat meer warmte. Maar oh wee, als de koude weer terugkomt .....; Is februari guur en koud, volgt vaak een zomer waar men van houdt.

  • Komt februari met veel zacht weer, dan vriest het straks in het voorjaar des te meer.
  • Groeit in februari al het gras, dan lopen we met Pasen in een dikke jas.
  • Februari komt verklaren, dat men hout en kool moet sparen.
  • Zingt de leeuwerik hoog in de lucht, heerlijk weer voorspelt zijn vlucht.
  • Komt februari met goed weer, dan vriest 't in voorjaar des te meer.
  • Nooit is de schrikkelmaand zo fel of ze heeft haar 5 schone dagen wel.
  • Geeft de sprokkelmaand de winter niet, dan ligt ze voor Pasen in het verschiet.
  • Sprokkelmaands regen, is grasmaands zegen.
  • Als in februari de muggen zwermen, moet ge in maart uw oren wermen (warmen).
  • Februari muggendans, geeft voor maart een slechte kans.
  • In februari ziet de boer liever een hongerige wolf, dan een man in hemdsmouwen.
  • In de korte maand regen, is vette mest en zegen
  • In februari een muggendans, geeft voor maart een slechte kant
  • Vliegt de mug in februari, dan huivert men het ganse jaar
  • Schijnt morgen rood je tegen, dan dreigt februari met regen
  • Als vroeg krokussen bloeien, dan zullen ze met de koude stoeien.
  • Is februari nat en koel, dan wordt juli dikwijls heet en zwoel.
  • In februari al de lente? Dat geeft broden zonder krenten.
  • Februari met vorst en wind, maakt weldra de pasen blind.
  • Als febrauri lacht, dan wordt maart niet zacht.
  • Februari is nooit zo fel, of ze geeft drie lentedagen wel.
  • Een koude februari geeft een goed roggejaar.
  • Als het in februari niet sneeuwt, weet dan dat je later, in de zomer van hitte geeuwt.
  • Wanneer februari iedereen winst brengt, dan klagen de boeren het minst.
  • Lichtmis (2-2) donker maakt de boer tot jonker.
  • Lichtmis helder en klaar, maakt de boer tot bedelaar.
  • Brengt Lichtmis (2-2)wolken en regen mee, dan is de winter voorbij en komt niet meer.
  • Geeft Lichtmis klaverblad, met Pasen sneeuw op het pad.
  • Op Romaldus (7-2) storm en blazen, zal in mei het vee doen grazen.
  • Klaar weer op St. Silvijn (17-2), het kan nog twee maanden winter zijn.
  • St. Matthijs (24-2) breekt het ijs, maar wil het ijs niet breken, dan vriest het nog zes weken.

 

Maart - Lentemaand

De zon krijgt nu duidelijk meer kracht, de natuur komt weer tot leven. Wanneer kan er gezaaid worden? Krijgen we wat warmere dagen of kan het nog koud worden? Gaat het nog regenen en sneeuwen of blijft het droog? Allemaal vragen die voor de landman van vroeger van cruciaal belang zijn. Het kwetsbare pas ontkiemde zaaigoed kan door zware nachtvorst bevriezen. Dat betekent niet alleen opnieuw zaaien, maar ook een aanslag op de voorraden. Daar is geen maart zo goed, of het sneeuwt wel op de boer zijn hoed.

  • Regen voor 8 uur is nooit van lange duur.
  • Sneeuw en hagel, regen en wind - daarvan is maart een vrind.
  • Geeft maart al veel gedonder, dan is een witte Paas geen wonder.
  • Als het helder is op St. Jozefdag, een goed jaar men verwachten mag
  • Koude in maart, dan een lente te paard.
  • Als hij komt en als hij scheidt, heeft d'oude Maart zijn gift bereid.
  • Lentemaands ruwheid geeft zomermaands luwheid.
  • Niet te droog, niet te nat, dan vult maart een duchtig vat.
  • Danst het lammetje in maart, april pakt het bij de staart.
  • Brengt maart storm en wind, de sikkel is de boer gezind.
  • Donder in maart, vorst in april.
  • Maart roert zijn staart, april doet wat hij wil en mei doet er ook nog wat bij.
  • Waait de wind in maart te fel, veel fruit verwacht men wel.
  • Als het weder is van goede zin, trekt de kou zijn steertje in
  • Maartse maan, brengt kwaad weer.
  • Komt men in maart onweer tegen, dan krijgt men in juli regen.
  • Een droge maart en een natte april, dat is de boer naar zijn wil.
  • Maart guur geeft een volle schuur.
  • Een droge maart, is een zomer te paard.
  • Maart niet te droog en niet te nat, vult de boer zijn kist en vat.
  • Mist in maart, water en vorst in mei.
  • Een droge maart, een natte april, een koele mei, vullen de schuren en de kelders van de boer.
  • Een koekoeksroep ter helft van maart, is voor de boer een daalder waard.
  • Maartse regen, brengt geen zegen.
  • Zoveel nevel in maart, zoveel onweer 's zomers.
  • Wat maart niet wil, dat neemt april.
  • Als maart geeft april weer, geeft april maarts weer.
  • Maartse zon en aprilse wind, schenden menig lieflijk kind.
  • Een natte maart, geeft veel lijnzaad.
  • Autoruiten nu nog steeds bevroren, dat geeft straks veel koren.
  • Stof in maart, is goud waard.
  • Voor oude lieden heeft maart, kwaad in haar staart.
  • Maartse buien die beduien, dat de zomer aan komt kruien.
  • Een droge maartse wind, maakt de boeren goed gezind.
  • Regent het met St. Albinus (1-3) dat het giet, dan doet de boer dat veel verdriet.
  • Zo de wind staat op St. Gregorius (12-3), zo staat hij nog veertig dagen.
  • Sint Jozef (19-3)schoon en goed (mooie dag), een vruchtbaar jaar ligt in 't verschiet.
  • Een koekoeksroep ter helft van maart, is voor de boer een daalder waard.
  • Op de lentedag (21-3) de wind in noord, dan blaast deze nog zeven weken voort.
  • Is het op St. Rupertus (27-3) helder en rein, zo zal ook de zomer zijn.

 

April - Grasmaand

De boer is nu druk, het vee moet naar buiten. Voor zover dat nog niet gedaan was of kon worden, moet er nu toch echt gezaaid, gepoot en geplant worden. Akkers, weilanden en tuinen hadden de volle aandacht nodig. Groeizaam weer was gewenst, een beetje van dittum en beetje van dattum. Niet teveel koude graag en liefst wat regen erbij. April met zijn gril, doet wat hij wil.

  • Aprilleke zoet, geeft nog weleens een witte hoed.
  • Sneeuw in april geen nood, met zware nachtvorst veel meer dood.
  • Is het in april nat en koud, dan groeit straks het koren als een woud.
  • Sneeuwt april nog op onze hoed, het is voor de druiven en het koren goed.
  • Heldere maneschijn in de aprilnacht, schaadt allicht veel bloesempracht.
  • Laat het weer zoals het wil, maar ontkleedt u niet voor half april.
  • Grasmaands gril is hooimaands wil.
  • April veel regen, brengt grote zegen.
  • Aprilvlokjes brengen meiklokjes
  • De heren en aprillen, bedriegen wie ze willen.
  • De vrouwen en aprillen, ze hebben beide hun grillen.
  • Al doet april ons mooi weer aanschouwen, 't is evenals fortuin, we kunnen hem niet vertrouwen.
  • Het groen des velds het oog bekoort, doch zelden houdt april haar woord.
  • Op een april geen zon, vaak water in de ton.
  • April doet wat hij wil.
  • Nachtvorst met een zuidenwind op kersenblom, daar treurt de kweker om.
  • Aprillertje zoet, geeft nog wel eens een witte hoed.
  • Sneeuw in april is geen nood, maar bij zware nachtvorst in april gaat er meer dood.
  • April warm, mei koel en juni nat, vullen schuur en ook het vat.
  • Geen dag zo kwaad, of de zon schijn vroeg of laat.
  • April verandelijk en guur, brengt hooi en koren in de schuur.
  • Een grote zon en bleek van schijn, dan zal het regenachtig zijn.
  • Bloeien de bomen tweemaal op een rij, zal de winter zich rekken tot mei.
  • Aprilse aren, zijn er alle jaren.
  • Een natte april, is de boeren naar hun wil.
  • Aprilse vlokjes, brengen mei-se klokjes.
  • In april heldere maaneschijn, zal voor de bloesem kwalijk zijn.
  • Het zaterdagse weer op noen, is op de zondag heel te dag te doen.
  • Broedt de spreeuw al in april, dan is een schone meimaand op til.
  • Verschaft april veel schone dagen, dan pleegt mei de last te dragen.
  • Als de hoenders kakelen lang en goed, zal het regenen in overvloedt.
  • Is april schoon en rein, dan zal mei minder zijn.
  • De huwelijkse staat, is als april, nu zon, dan storm, en dan weer alles stil.
  • Hebben wolken rode randen, altijd is er wind en nats voorhanden.
  • Als het in april regenen wil, blijven de boeren niet stil.
  • Gras dat in april wast, staat in mei vast.
  • April maakt de bloem, en mei bekomt de roem.
  • Als in april kevers ontstaan, dan zal de mei van kou vergaan.
  • Valt in april veel nat, dan zwemmen de druiven tot in het vat.
  • Verschaft april vele schone dagen, dan pleegt mei de last te dragen.
  • Als april lacht, boerke wees voor uw oogst bedacht.
  • April vult vele zolders, dankzij de vele donders.
  • Op een droge april volgt wel eens een droge zomer.
  • April mooi en rein, in mei zal het donker zijn.
  • Hoe groen het in het veld ook ons oog bekoort, doch zelden houd april zijn woord.
  • Aprillezonne, doet water in de tonne.
  • Mocht het dauwen in april en mei, dan is de boer in sept blij.
  • Is Isodoor (3-4) voorbij, dan is ook de noordenwind voorbij.
  • Zaait ge op Sint Ezechiel (10-4), zeker lukt de vlasgaard wel.
  • Op Sint Tuburtius (14-4) na de noen (3 uur in de middag), worden alle velden groen.
  • Op Sint Justijn (15-4), dood de kou het venijn.
  • Valt voor Sint Joris (23-4) geen regen, dan komt erna hem des te meer tegen.
  • Zolang voor Sint Markus (25-4) warm, zolang na hem koud.
  • Als het vriest op St. Vitaal (28-4), vriest het nog veertig maal.

 

Mei - Bloeimaand

De dagen lengen, maar daar is alles mee gezegd. Koude kan gemist worden als kiespijn om over nachtvorst maar te zwijgen. Maar de IJsheiligen staan nog voor de deur. De kille noordenwind kan zomaar met wat nachtelijke vorst binnenvallen en het jonge gewas te gronde richten. En anders wel de hagel. Dit werd bestreden door her en der op het land veldkruizen te plaatsen. Of het ook geholpen heeft… ? Begin mei hebben alle vogels een nest of een ei. Behalve de koekoek en de spriet want die kennen dan hun nest nog niet.

  • Voor nachtvorst bent u niet beschermd tot St. Servaas zich over u ontfermt.
  • Is 't koud en bloeit de Meidoorn, veel van haar pracht gaat verloren.
  • Wie zijn schaap scheert voor St. Servaas (13 mei) houdt meer van wol dan van het schaap.
  • Is het weer in mei te mooi dan ziet de schuur maar weinig hooi.
  • In mei een warme regen, betekent vruchtenzegen.
  • Servaas moet verlopen zijn, voor de nachtvorst goed en wel verdwijnt.
  • Onweer in mei, maakt de boeren blij.
  • Meikeverjaar, goed jaar.
  • Als het onweert in mei, valt er vaak hagel bij.
  • Is mei nat, een droge juni volgt zijn pad.
  • Als het dondert in mei, valt er dikwijls regen bij.
  • Mei koel en te nat, brengt koren in het vat.
  • Een koude maand mei, een goude mei.
  • Avonddauw en zon in mei, is hooi met karren op de wei.
  • Is het weer in Mei te mooi, dan krijgt de schuur maar weinig hooi.
  • Een natte mei geeft boter in de wei.
  • Mei niet te koud en niet te nat, vult de schuur en ook het vat.
  • Het kan vriezen in mei tot de ijsheiligen zijn voorbij.
  • Een bijenzwerm in mei, is een goed teken voor de wei.
  • Mei tot jubelmaand verkoren, heeft toch rijm achter de oren.
  • Het onweer in de schone mei, doet het koren bloeien op de hei.
  • Heden schupjes, morgen drupjes.
  • Als is Mamertus oud en grijs, houdt hij van vriezen en van ijs.
  • Voor ijsheiligen de bloemen buiten, veelal kan je daar naar fluiten, wacht of tot ze zijn voorbij, de bloemen zijn dan blij.
  • Roept de houtduif keer op keer, dan komt er vast en zeker mooi weer.
  • Scheert de zwaluw over water en wegen, dan komt of blijft er wind en regen.
  • De zonne in de meie, zet oude lieden aan het vrijen.
  • IJsheilige hebben koude koppen.
  • Als de eikels in mei gaan bloeien, zal alles volop gaan groeien.
  • Wie nu zijn koren zaait, voelt zich later niet bekaaid.
  • Zoele mei, boerengeschrei.
  • Pancras, Servaas en Bonifaas, ze geven vorst en ijs helaas.
  • Pancraas, Servaas, en Bonifaas, brengen sneeuw en ijs helaas.
  • Nachtvorst in mei, houdt jonge groen niet schadevrij.
  • Regen en wind in het midden van mei, maakt de boeren vast niet blij.
  • Als de bij naar huis toe vlucht, zit er regen in de lucht.
  • Meiregen op het zaad, is goud op de plaat.
  • Hoe meer onweer in mei, zoveel minder in de herfst..
  • Mei niet te koel en niet te nat en niet te droog, vult de schuren hoog.
  • Kamillegeur in mei, brengt de zomer dichterbij.
  • In mei staat het vast, zijn vaak de en de hoed tot last.
  • Weest op uw hoede, en wacht nu wel, mei baart dikwijls kattenspel.
  • In mei nat, een droge juni volgt haar pad.
  • Mei nat, spek in het vat.
  • Onweer in mei, gras in de wei.
  • Zingt de vink vroeg in de meimorgen, dan zal die dag voor regen zorgen.
  • Avonddauw en zon in mei, hooi met karren uit de wei.
  • Krimpende wind, stinkende wind.
  • Broedt de spreeuw vroeg in april, er is een schone mei op til.
  • Als het op Sint Filippus (1-5) regent, is de oost gezegend.
  • Sint Urbanus (25-5) en de zon, wijn in de ton.
  • Is het klaar met Petronel (31-5), dan meet men vlas met een el.

 

Juni - Zomermaand

Hoe wordt de oogst? Ligt er een groeizame zomer in het verschiet of gaat het juist regenen dat het giet en blijft het kil. Als het koud en nat in juni is, dan is het de rest van het jaar ook mis.

  • Gaat juni goed voorbij, dan is men in juli nog blij.
  • Niet te koel, niet te zwoel, niet te nat, en niet te droog, vult de schuren hoog.
  • Juni met veel donder, brengt de oogst ten onder.
  • Is er in juni pas zonneschijn, dan wordt de zomer erg klein maar fijn.
  • Juniregen is God's zegen, komt zonneschijn daarbij, dan maakt het boer en stadslui blij.
  • In juni veel regen, komt wijngaard en bijen ongelegen.
  • Blaast juni uit de noorderkant, verwacht veel koren op het land.
  • Vliegen de vleermuizen 's-avonds rond, dan komt er mooi weer in de vroege stond.
  • Donderweer in juni maakt het koren dik.
  • Zware onweers baren dikke korenaren.
  • Juniweer meer droog dan nat, vult met goede wijn het vat.
  • Donderweer in juni, maakt het koren dik.
  • Op juni komt het aan, of de oogst zal bestaan.
  • Als het koud en nat in juni is, dan is het heel het jaar ook mis.
  • Hoort ge in juni de donder kraken, dan maken de boeren goede zaken.
  • Is juni nat en guur, dan wordt alles slecht en duur.
  • Blaast de wind in juni uit de noorderkant, zo waait het koren van het land.
  • In juni dondergevaar, dan is het een vruchtbaar jaar.
  • Wie nu zijn vel niet brandt, staat starks als een bleekscheet op het strand.
  • Als de noordenwind in juni staat, komt het onweer veel te laat.
  • Boeren maaien nu hun grasjes, stedelingen pakken hun terrasjes.
  • In juni te veel regen in de nok, schaadt de bij en de bonenstok.
  • Juni met veel donder, brengt de oogst ten onder.
  • Juni regen geeft veel zegen, maar met een bijtje erbij, en het zonnetje er boven, doet de boer de Here loven.
  • Met een zomerwervelwind, is het weer ons goed gezind.
  • In juni koude en een regenvlaag, ziet het boerke niet zo graag.
  • Zo heet het is in juni, zo koud het is in december.
  • Een boon in juni geplant, geeft er vijftig in de hand.
  • Een wei die in juni niets geeft, is niet waard dat ze leeft.
  • Gaat juni goed voorbij, dan is men in juli nog blij.
  • Is de zomeravond mistig, dan is het weer met gaven kwistig.
  • Wat St. Medardus (1-6) geeft, droog of nat, zes weken duurt het dit of dat.
  • Heeft Magriet (10-6) geen zonneschijn, dan zal het een natte zomer zijn.
  • Regen op Sint Barnabas (11-6), dan zwemt de oogst in de waterplas.
  • Is het op Sint Antonius (13-6) nat, de boer drinkt zich van verdriet zat.
  • Regen met Sint Veith (15-6), dan regen het zes weken in de tijd.
  • Het weer van St. Jan (24-6), houdt dertig dagen aan.
  • Met St. Jan de wind uit het noorden, het goede weer is geboren.
  • Als op St. Pieter (29-6) het haantje kraait, komt het regenweer ons toegewaaid.

 

Juli - Hooimaand

Met angst en beven wordt de zomer gevolgd. Er begint een serie regenheiligen die tot in augustus voort gaat. Veel regen betekent een misoogst en dat leidt weer tot honger, hoe de winter door? Wordt het in juli heet en droog dan houdt de winter kwaad betoog.

  • Als de schaapjes onrustig aan de hemel staan kan men niet zonder paraplu uit wandelen gaan.
  • Prijkt juli in hete gloed, dan zijn in de herfst de vruchten goed.
  • Morgenregen en vroege gasten blijven zelden overnachten.
  • In juli &'s-nachts regen en overdag veel zon, vult in augustus menig schuur, zak en ton.
  • Juli zonnebrand wenst de man op 't land.
  • Slechts in juli-gloed wordt de vrucht en wijn eerst goed.
  • Is de eerste juli regenachtig, gans de maand is twijfelachtig
  • Brengt juli hete gloed, zo gedijt september goed.
  • Is in juli de morgen rood, 's-avonds verkeert het weer in nood.
  • Wanneer de oostenwind tegen den avond gaat liggen, waait hij ligt de volgende dag opnieuw.
  • Juli helder en klaar, heet altijd een goed jaar.
  • Is juli heet en droog, dan houdt de winter een kwaad betoog.
  • De wakkere hooimaand geeft de zeisen, de maaier in de hand met vlijt, daar lege schuren hooi vereisen, om het vee te voeden in wintertijd.
  • Wisselen in juli regen en zonneschijn, het zal het naaste jaar voor de boeren kermis zijn.
  • Zonder dauw geen regen, heet het in juli allerwegen.
  • Komt Maria (2-7) in de regen nicht Elisabeth tegen, duurt het zes weken gewis, voort het weer schoon is.
  • Als het regent op St. Godelieve (6-7), vult zij haar putje 40 dagen met regen.
  • Regent het op 7 Broedersdag (10-7), dan kan men zeven weken regen verwachten.
  • Wanneer het op St. Henricus (13-7) droog is of regent, zeven weken duurt die zegen.
  • Regen met St. Margriet (20-7) geeft zes weken boerenverdriet.
  • Met St. Magriet droog, dan 6 weken de zon in het oog.
  • Regen op St. Magdaleen (22-7), dan regent het dagen achter een.
  • St. Jacob(25) met zonneschijn, voorspeld de winter fijn.
  • St. Jacob koud en rein, koud zal de Kerst zijn.
  • Bouwt op St. Anna (26-7) de mier grote hopen, de winter zal niet zacht verlopen.
  • Het weer op de 29e, is het weer van de 5e februari.

 

Augustus - Oogstmaand

De gave van de natuur moet worden geoogst en daar kan de landman beter droog weer bij gebruiken. Zo links en rechts wordt al een uitstapje gemaakt naar de verwachting voor de komende herfst en winter. Augustus' eerste week heet en laf, veel winterse sneeuw wacht af.

  • Regenboog in de avondstond, leg dan uw hoofd op een zachte grond.
  • Als voor 't laatst de koekoek roept, dan bederven de noten.
  • Geeft begin augustus veel zonneschijn dan zal het een strenge winter zijn.
  • Als er 's-avonds muggenzwermen dansen krijgt mooi weer nieuwe kansen.
  • Als augustus zonder regen heen zou gaan dan zullen de koeien straks mager in de stal staan.
  • Blijven de zwaluwen nog lang zwieren zal de winter ons humeur niet verstieren.
  • Zo d'eerste oogstweek is heet, een lange winter staat gereed.
  • Wanner de leeuwerik hoog in de lucht zweeft, zo brengt het ons mooi weer.
  • Noorderwind in augustus brengt bestendig weer.
  • Is de eerste week in augustus heet, zorg voor goed warm winterkleed.
  • Menigeen heeft het al ondervonden, wervelwinden zijn aan augustus verbonden.
  • Begin augustus regenvlagen, in de laatste dagen zal de regen ons weer plagen.
  • Is het heet op St. Domijn (4-8), het zal een strenge winter zijn.
  • Op St. Laurens (10-8) een regenvlaag, 6 weken duurt de regenplaag.
  • Het weer St. Casiaan (13-8), houdt nog dagen aan.
  • Is het weer op Maria Hemelvaart (15-8) mooi, zo zal de herfst van het zelfde wezen.
  • Als de ooievaars na de 21e nog blijven, zal een zachte winter binnendrijven.
  • Is het weer op St. Barthel (24-8) warm en schoon, dan draagt de herfst een gouden kroon.
  • Blijven de zwaluwen ook nog na de 25ste, wees voor de winter niet bang.

 

September - Herfstmaand

Al of niet voldaan is de oogst nu vrijwel binnen. Even rust, voordat het land klaar gemaakt wordt voor het wintergoed. De nachten worden nu duidelijk langer en men heeft tijd voor wat gezelligheid. Hoe is de vogeltrek? Zijn er veel eikels? Is er al nachtvorst te melden? Wat zegt dit over de komende winter? Septemberregen, komt zaad en wijnstok goed gelegen.

  • Is het 1 september heerlijk weer, de herfst zal mooi zijn evenzeer.
  • Vallende eikels voor Sint Michiel, snijdt de winter door lijf en ziel.
  • Is het weer in september in een goed humeur dan dragen de bladeren in oktober volop kleur.
  • September is altijd mooi: Het is de meimaand in herfsttooi.
  • Die zijn onkruid een jaar laat staan, kan zeven jaar uit wieden gaan.
  • Schijnt de herfstzon met zomerkracht dat maakt veelal de wintermaand ook zacht.
  • Draagt de haas nog lang zijn zomerkleed dan is de winter nog niet gereed.
  • Hangen er nu veel noten aan de twijgen dan gaan we een strenge winter krijgen.
  • Schijnt herfstmaands zon met zomerkracht, maakt veelal wintermaand ook zacht.
  • Trekvogels in septembernacht, ze maken de kersttijd zacht.
  • Als in september de donder knalt, met kerst sneeuw met hopen valt.
  • Vallen de bladeren vroeg, dan wordt de herfst niet oud.
  • Als de R is in de maand, is het weer niet altijd meegaand.
  • Donder in september, sneeuw in maart.
  • Als in september de donder knalt, zal met Kerst de sneeuw in hopen vallen.
  • Vorst in september, zacht in december.
  • Warm in september, koud in december.
  • Een warme september, een droge oktober.
  • Schijnt de herfstzon met zomerkracht, maakt veelal de winter zacht.
  • Komen de pluimen aan het riet, bedenk het is nazomer en geniet.
  • Met St. Giel (1-9) zonneschijn, het zal dan nog 4 weken zo zijn.
  • Is het op St. Egidus (1-9) heet, het geeft een schone herfst met zweet.
  • Op de 5e september wordt bewezen, wat het voor weer de hele maand zal wezen.
  • Mooi weer op Maria's geboorte (8-9), dit weer gaat nog vier of acht weken zo voort.
  • Op de dag van Ludmilla (16-9) een zeer vroom kind, blaast vaak een forse wind.
  • Met Lambertus (17-9) zonneschijn, het zal een droog voorjaar zijn.
  • Op Mattheus (21-9) storm en wind, bestaat de kans dat men met de komende Pasen nog de winter vindt.
  • Is het op St. Mauritius (22-9) helder, dan gaan er veel schepen naar de kelder. (er worden dan veel stormen verwacht).
  • Vallen de eikels al voor St. Michiel (29-9), dan snijdt de winter door lijf en ziel.
  • Trekken voor St. Michiel (29-9) de vogels niet, geen winter is nog in het verschiet.

 

Oktober - Wijnmaand

De voorbereidingen voor de winter worden gedaan. Kille regens en stormen kondigen het donkere jaargetijde aan. Toch doet de zomer nog wel eens een uitval of laat een vroege winter al van zich spreken. Verdwijnt de boer van de akker dan worden hond en jager wakker.

  • Blinkt oktober in zonnegoud de winter volgt snel en koud.
  • Worden de bladeren geel en krom, kijk naar uw kachel om.
  • Komt in oktober veel mist, dan heeft januari veel ijs in de kist.
  • Is in de herfst het weer lang en klaar, vroeg is dan een strenge winter daar.
  • Schijnt in de wijnmaand volop de zon dan kent de winter geen pardon.
  • Oktober brengt ons wijn en zonnige dagen maar ook jicht en andere plagen.
  • Oktober geeft ons wijn en zonnige dagen, maar ook jicht en andere plagen.
  • In de wijnmaand zon, winter kent geen pardon.
  • Oktober met groene blaan (bladeren), duidt een strenge winter aan.
  • Is oktober warm en fijn, het zal een scherpe winter zijn, maar is het nat en koel, 't is van een zachte winter een voorgevoel!
  • Brengt oktober veel vorst en wind, zo zijn januari en februari zeer mild.
  • Brengt oktober vorst en sneeuw, men hoort in de winter veel klaaggeschreeuw.
  • Als het waait en vriest in de oktobernacht, dan verwachten wij een januari zacht.
  • Warme oktober dagen, februari vlagen.
  • Oktoberweer komt terug in maart.
  • Als het regent op St Bavis (1-10), dan regent het met Kerstmis.
  • Regen met St. Denijs (9-10), voorspelt een natte winter en weinig ijs.
  • Treedt Gommarus (11-10) met droogte in, de zomer zal nat zijn in het begin.
  • Volgen op Gommarus (11-10) natte dagen, er volgt een zomer met veel natte dagen.
  • Wordt men op Callistus (14-10) een warme wind gewaar, dan wordt de zomer een twijfelaar.
  • Zoals het weer is met St. Ursela (21-10), zo zal ook de winter wezen.
  • Op de laatste oktober (31-10), houdt de natuur zich sober.
  • Het laatste weer van oktober, reikt november de hand.

 

November - Slachtmaand

Eind oktober, begin november wordt ook wel aangeduid als de IJsduivels. Het niet winterharde pootgoed moet naar binnen. De eerste serieuze nachtvorst kan zijn intrede doen. Met IJsheiligen naar buiten en IJsduivels naar binnen. November warm en fijn, het zal een strenge winter zijn.

  • Als 't in November 's-morgens broeit, wis dat de storm 's-avonds loeit.
  • November heeft maar dertig dagen, maar dubbel wind en regenvlagen.
  • Rijp aan boom en plant, houdt geen drie dagen stand.
  • Volgt de eerste sneeuw opregen, dat houdt een harde winter tegen.
  • November met zijn regenvlagen, brengt verkoudheid, jicht en andere plagen.
  • Is de hemel al te blauw, spoedig wordt hij dan weer grauw.
  • Maakt de spin in 't web een scheur, dan klopt weldra de stormwind aan de deur.
  • Als 't in november 's-morgens bloeit, wis dat de storm dan 's-avonds loeit.
  • Als in november het water stijgt, gedurende de winter gij 't nog vaker krijgt.
  • Na helder weer nu sombere mist, heeft zeker ook nog vorst in de kist.
  • November warm en fijn, het zal een strenge winter zijn.
  • November heeft maar 30 dagen, maar dubbel wind en regenvlagen.
  • Donder in november, laat een jaar goed verlopen.
  • Als het vriest in november, dan volgt er sneeuw in december.
  • Zwaait de winter in november al met zijn staf, zijn rijk is van korte duur voor straf.
  • November met zijn regenvlagen, brengt verkoudheid, jicht en andere plagen
  • Als het met Allerheiligen (1-11) sneeuwt, leg dan vast uw pels gereed.
  • Met Allerheiligen vochtig weer, sneeuwbuien volgen keer op keer.
  • Houden de kraaien voor Allerheiligen (1-11) al school, zorg dan voor hout en kool.
  • Brengt Allerheiligen (1-11) winterweer, tien dagen duurt het zeer.
  • Sneeuw op Allerzielen (2-11), voorspelt een zacht voorjaar.
  • Het weer op Leonardusdag (6-11), blijft gewoonlijk tot de Kerstdag.
  • Een zuidenwind op de dag voor St. Martijn (10-11), dan zal het een zachte winter zijn.
  • Is er een donkere lucht op St. Martijn (11-11), zo zal het een zachte winter zijn.
  • Maar is de dag op St. Martijn (11-11) helder, de vorst dringt dan door tot in de kelder.
  • Als op St. Martijn (11-11) de ganzen op het ijs staan, moeten ze met Kerst door het slijk gaan.
  • Als het nevelig is op St. Martijn (11-11), dan zal de winter niet koud zijn.
  • Maar heeft St. Martijn (11-11) een witte baard, dan blijft ons sneeuw noch ijs gespaard.
  • Is er met St. Martijn (11-11) nog loof aan de bomen, dan mag men van een strenge winter dromen.
  • St. Elisabeth (19-11) doet ons verstaan, hoe de winter zal vergaan.
  • De dag aan St. Cecilia (22-11) gewijd, is de maatstaf voor de wintertijd.
  • Wintert het op St. Klemens fel, dan wordt de lente klaar en fel.
  • Vriest het op St. Katrien (25-11), dan vriest het nog 6 weken nadien.
  • IJs op de dag van St. Saturnijn (29-11), het weer maakt daarna korte mette met dit venijn.

 

December - Wintermaand

Hoe komen we de winter door? De donkere dagen voor kerstmis staan voor de deur. Wat voor een winter krijgen we voor de kiezen? Wordt het zacht of juist streng? Nat, of droog? Tijd voor een feestje, na 21 december gaan de dagen weer lengen, en dat moet gevierd ...! Zo hoog in de winter de sneeuw, zo hoog in de zomer het gras.

  • Als 't regent in de winter, is het goed planten in de zomer.
  • Als met St. Thomas de dagen lengen, beginnen de nachten te strengen.
  • Sneeuw veel en lang, maakt de klaver niet bang.
  • Donder in de decembermaand, belooft veel wind in 't jaar aanstaand.
  • Plenst in de winter veel regen neer, dan krijgen we mooi zomerweer.
  • Zijn er in December al mollen, laat de winter met zich sollen.
  • Veel sneeuw op Oudjaar, veel hooi in 't nieuwe jaar.
  • Zijn er in december veel mollen, dan laat de winter met zich sollen.
  • December zacht en dikwijls regen, geeft weinig hoop op rijke zegen.
  • December vol met mist, goud in de kist.
  • Donder in decembermaand, belooft veel wind in 't jaar aanstaand.
  • Met de decembermaand is het jaar weer uit, gelukkig wiens balans goed sluit.
  • Als met Kerstmis de muggen zwermen, kunt ge met Pasen uw oren wermen (warmen)
  • December veranderlijk en zacht, is een winter zonder kracht.
  • Blaast de noorderwind met een decembermaan, dan houdt de winter vier maan den aan.
  • Decemberregen is geen zegen.
  • Op een droge december, volgt een droog voorjaar, en een droge zomer.
  • Brengt St. Eligius (1-12) de eerste dooi? Begint het echter op die dag te vriezen, dan krijgen we vier weken vorst voor de kiezen.
  • St. Barbara (4-12) gaat graag in een wit kleed naar het bal.
  • Brengt St. Nicolaas (6-12) ijs, dan brengt de Kerstman regen.

 

Algemene weerspreuken

  • Gaat de zon in een nest, morgen de wind uit west.
  • De zon onder in een nest, binnen drie dagen regen of de wind west.
  • Kruipt de zon in een nest, dan regent 's-daags zijn best.
  • De zon in een nest, het ijs op zijn lest.
  • De grote zon bleek van schijn, dat zal zowaar regen zijn.
  • Een waterige zon en bleke maan, kondigen meestal regen aan.
  • Kring om de zon, water in de ton.
  • Rood rond de zon, regen in de ton.
  • Regen uit het noordoosten en 't kijven van oude wijven houdt drie dagen aan.
  • Als de maan op haar rug ligt, komen er zware stormen. (Vlaams)
  • Een liggende maan, doet zeelieden staan.
  • Brengt nieuwe maan ons noordenwind, een koele regen volgt, mijn vrind.
  • Bij nieuwe maan noordenwind, brengt regen gezwind.
  • Door het schijnen van de maan, kunt ge het weer verstaan.
  • Een kring om de maan, dat kan nog gaan. Maar een kring om de zon, daar schreien vrouwen en kinderen om.
  • Een ring om de zon, is regen zonder pardon.
  • Een balk aan de zon, geeft een pardon.
  • Een kring om de maan, geeft wind om de maan. (Vlaams)
  • Een kring om de maan, regen komt er aan.
  • Is de maan als een schuit, dan valt er geen regen uit.
  • Nieuwe maan met donkere vlekken, kan tot bewijs van regen strekken.
  • Nieuwe maan met helder licht, geeft ons van droogte het bericht.
  • Staande maan: liggende matrozen, liggende maan: staande matrozen.
  • Vorst met (afgaande ) maan houdt meestal aan.
  • Zoveel ringen om de maan, zoveel dagen kan 't nog gaan.
  • Een sterretje dicht bij de maan, kondigt wel eens storm aan.
  • Des morgens bergen, des avonds water.
  • Hebben wolken 's-morgens rode randen, altijd is er wind voor handen. (Vlaams)
  • Heden schubjes, morgen drupjes. (Vlaams)
  • Kruislucht is altijd donder. (Vlaams)
  • Schaapjes aan de hemelbaan, duiden wind en regen aan.
  • De mist, heeft vorst in de kist.
  • Mistige morgen, schone dag.
  • Mist na regen, geeft geen zegen.
  • Slaat des avonds zware nevel neer, dan brengt allicht de morgen helder weer.
  • Als 't regent is 't onweder gebroken.
  • Als het regent uit het oosten, regent het zonder getroosten.
  • Regen uit het Oosten / acht en veertig uur zonder vertroosten. (Vlaams)
  • In de zomer bij vlagen, in de winter bij dagen.
  • Regen na acht uren, zal de hele dag niet duren.
  • Regenboog in de morgen, kunt gij tegen regen gaan zorgen.
  • Regenboog in de avondstond, leg dan uw hoofdje op een zachte grond.
  • Regenboog in de vroege morgen, baart de wakkere boer veel zorgen.
  • Regenboog 's-namiddag laat, blijde hij ter ruste gaat.
  • Regenboog tegen nacht, is water in de gracht.
  • Sneeuw op slik, binnen drie dagen ijs, dun of dik.
  • Als de sneeuw valt in het slik, vriest het altijd dun of dik.
  • Valt de sneeuw in het slijk, binnen drie dagen een harde dijk. (Vlaams)
  • Modder en sneeuw op de wegen, brengt vorst te wegen. (Vlaams)
  • Sneeuw op de natte grond, vriest terstond.
  • Sneeuwjaar, rijk jaar.
  • Valt de eerste sneeuw in te nattigheid, houdt u voor de winter bereid. (Limburgs)
  • Veel sneeuw, veel brood.
  • Weinig sneeuw, veel regenweer, doet de akkers en velden zeer.
  • Zo hoog de sneeuw, zo hoog het gras. (Vlaams)
  • Al is de donder nog zo kloek, hij brengt de winter weer in zijn hoek.
  • Donder in het dorre hout, dat geeft een voorjaar nat en koud. (Vlaams)
  • Donder in het dorre hout, maakt weken guur en koud. (Vlaams)
  • Als 't dondert op de blote doren, is de scheper zijn wei verloren. (Vlaams)
  • Donder op de naakte tek, 't hele jaar geen nat gebrek.
  • De wind in het zuiden, is water voor de puiden.
  • Zuidwest, regennest.
  • De zon op de sporen, daar is Noordenwind mee geboren. (Vlaams)
  • Een krimper(d), is een stinker(d).
  • Krimpende wind, stinkende wind.
  • Krimpen en stillen, dat is straks weer drillen. (Zaanstreek)
  • Krimpende winden en kijvende vrouwen, daar is geen huis mee te houden.
  • Krimpende wind en uitgaande vrouwen, zijn niet te vertrouwen.
  • Hoe losser de wind, hoe vaster het weer.
  • Lopende winden zijn staande veren.
  • Komt wind voor regen, daar is niets aan gelegen, maar regen voor de wind, berg dan je zeilen gezwind.
  • Noordoostenwind met snee (= sneeuw) zuidwesten wind in zee. (Zaans)
  • Oostenwind met nat, die heb je gauw gehad. (Zaans)
  • Oostenwind met regen duurt drie dagen, zes of negen. (Groningen)
  • Veel wind, veel ooft.
  • Veel wind, weinig regen.
  • Wind in de nacht, water in de gracht. (Vlaams)
  • Als het vriezen wil, vriest het met alle winden.
  • Dooi zonder regen of wind, is niet waard dat hij begint. (Vlaams)
  • Een koude dooi, een wisse (= behouden ) dooi. (Vlaams)
  • Strenge heren regeren niet lang.
  • Geen ijzel zo stout, drie dagen aan de bomen houdt.
  • Avond rood, mooi weer aan boord.
  • Morgen rood, water in de sloot.
  • 's-Avonds luchtje rood, 's-morgens water in de sloot.
  • Is de avond rood en grauw in de morgen, die twee ons gewis mooi weer bezorgen. (Vlaams)
  • De avond rood en de morgen grauw, brengt het schoonste hemelblauw.
  • Des avonds en 's-morgens grijs, dan gaat men steeds gerust op reis, doch 's-avonds grijs en 's-morgens rood, dan stelt men zich aan regen bloot.
  • Des 's-morgens de lucht rood, dan 's-avonds plomp in de sloot. (Vlaams)
  • Rood voor de zunne (zonsopgang), is regen voor de avond.
  • Is de zunne 's-avonds rood, 's-morgens is 't schoon weder groot.
  • Is de hemel al te blauw, spoedig wordt hij dan weer grauw.
  • Als de bijen naar huis toe vluchten, zit er regen aan de luchten. (Vlaams)
  • Als niet de bij de korf verlaat, maakt dan zeker regen op maat.
  • Als de haan zingt op de polder, is 't looi weer op zolder.
  • Het kraaien van de haan, kondigt wind en regen aan.
  • Kraait de haan bij avond of nacht, dan wordt ander weer verwacht.
  • Draagt het hazeken lang nog zijn winterkleed, dan is de winter nog niet gereed. (Vlaams)
  • Draait de kat haar aars naar 't vuur, wind en regen koud en guur.
  • Als de kikvorsen kwaken, zal mooi weer gemaken.
  • Als de kikvors kwaakt, wat regen maakt.
  • Als de hoenders kakelen lang en goed, zal 't regenen in overvloed. (Vlaams)
  • Een bonte kraai maakt geen harde winter.
  • Houden de kraaien school, zorg dan voor hout en kool.
  • Als de kwakkels (=kwartels) lustig slapen, spreken wij van regendagen. (Vlaams)
  • Als de kwartel rusteloos slaat, weet het spoedig regen gaat. (Vlaams)
  • De vaak herhaalde kwartelslag, voorspeld de boer een droge dag.
  • Een enkele leeuwerik maakt nog geen voorjaar.
  • Vliegt snel de Leeuwerik omhoog, dan wordt de hemel klaar en droog. (Vlaams)
  • Meeuwen aan land, storm voor de hand.
  • Zee vogels op het grien (weiland ), het weer gemien. (Friesland)
  • Zeevogels op de bouw (bouwland, het weer getrouw. (Friesland)
  • Als de muggen dansen, dan is 't met het regenen gedaan.
  • Als de muggen dansen, wordt het goed weer.
  • Komt van het land de veldmuis, draagt dan turf en hout in huis.
  • Kruipen de muizen diep in grond, zo maken zij een strenge winter kond.
  • Als de slakken en padden kruipen, zal het zeker spoedig druipen.
  • Als de slakken kruipen gaan, dan is 't met het mooie weer gedaan.
  • De padden wijzen regen aan, ze zijn des avonds op de baan.
  • Vroeg sijs, spoedig ijs.
  • Als specht lacht, komt er regen.
  • Als de specht lacht, regen verwacht.
  • Als de specht roept: giet, giet, bedriegt hij u niet. (Vlaams)
  • Is 's-avonds laat de spin te been, 't zal regenen, ik wed tien voor een.
  • Maakt de spin in 't net een scheur, dan klopt de stormwind aan de deur.
  • Een spreeuw op het dak maakt de lente nog niet.
  • Zingt de vink in de vroege morgenstond, wis en zeker hij regen verkond.
  • Sinkende vliegen, dat kan niet liegen, zij voorspellen regen allerwegen.
  • Fijne pels aan 't wild, winter mild.
  • Glanst de glimworm hel bij nacht, weet dan dat de oogst u wacht.
  • Als de zwaluwen scheren over water en wegen, dan komt en blijft er wind en regen.
  • Bloeien de bomen tweemaal op een rij, zal de winter zich rekken tot mei.
  • Bomen ontkleed, mensen gekleed.
  • De velden geschoren, de winter geboren.
  • Houden de bomen hun blaren lang, wees voor een lange winter bang.
  • Valt 't loof vroegtijdig van de bomen, dan is de winter niet te schromen.
  • Als er druiven zijn en vijgen, moet men winter kleren krijgen.
  • Veel noten, harde winter.
  • Als de dagen lengen, begint de kou te strengen.
  • De dagen aan 't langen, de winter aan 't prangen.
  • Des avonds speelt de zoelte, des morgens is er koelte.
  • Des morgens een pronker, overdag een jonker. (Vlaams)
  • Door de vijfde wordt bewezen, wat voor een maand zal wezen.
  • Een zieke morgen maakt een gezonde dag. (Vlaams)
  • Wanneer de rook naar de aarde slaat, is 't zeker dat het regenen gaat.
  • Ziet gij in 't moeras het dwaallicht gloren, dan blijft het weder mooi als voren .
  • As de vroulu samen propt, dan kump er nat weer.
  • Kraait de haan niet bij ochtendrood, dan gaat het regenen, of de haan is dood.
  • De zon schijnt vrolijk rond, maar schaduw kant geeft een koude kont!
  • Als de molshopen massaal in het land aanwezig komen, is de winter (nagenoeg) voorbij.

 

Bron: diverse site's op internet.